Miele

Een stukje geschiedenis: merkwaardige figuren

Emiel Schalck was een van de pioniers van onze club. ‘Miele’ hoorde zelfs bij de Founding Fathers van wat ooit Computerclub Format C zou worden. Als stichtend medelid van SOS Service Computerclub. Direct bij het toetreden tot de club van Willy en mijzelf, koos hij volledig onze kant om de vereniging uit de private service-kring te halen. Hij is ook lang een van de steunpilaren en hardste werkers van de club geweest. Tot hij opeens verdween. We hebben maanden zijn voorzittersstoel vrijgehouden tot we beseften dat we hem nooit meer zouden zien.

Aan zijn verdwijnen is een lang verhaal verbonden dat ik niet kan schrijven. Miele verdween niet uit de club omdat hij het niet meer zag zitten met ons, of dat hij de computer beu was. Het leek wel een love-story op late leeftijd waarbij hij keuze’s diende te maken: de vrouw of de computer en Gent of Ninove. Een geschiedenis waar buiten ikzelf, weinig clubleden weet van hebben. Zelfs nadat we, door zijn lange afwezigheid, een andere voorzitter moesten kiezen, heb ik nog gedacht dat Miele terug zou keren. Zeker toen hij mij nog vroeg om foto’s te komen maken van het kerkelijk huwelijk met zijn nieuwe vrouw. Wat ik ook gedaan heb.

Ik ben lang zeer close geweest met Emiel Schalck. Het klikte direct tussen ons en samen hebben we wat afgelachen. Miele was trouwens een sympathiek figuur, een gezelschapsmens. Samen met Willy waren we lange tijd de steunpilaren van de club. Bijna dagelijks had ik contact met hem en niks was hem te veel voor de club. Hij was vriend aan huis en zijn vrouw Magda werd zelfs een goede vriendin van mijn vrouw. Helaas, het bleef niet duren.

Familiaal was Miele minder gelukkig en uit respect voor mijn oude vriend, wil ik daar niet dieper op ingaan. Het is een verhaal apart. Een droevig verhaal. Dat nog altijd veel vraagtekens oproept. Al ken ik veel details van het verhaal. Opeens bleef Miele weg van de wekelijkse bijeenkomsten. Aanvankelijk met veel (gemaakte) excuses. Waar hij erg goed in was..

Wij hebben het dan maanden moeten doen zonder de aanwezigheid van onze voorzitter. Tot wanneer we verplicht waren de knoop door te hakken met het besef dat we hem voor goed verloren hadden. Op onze jaarlijkse Opendeurdag deed hij ons nog eens opkijken door ons een bezoek te brengen, vergezeld van een vrouw. Enkele weken later zou hij me, via de telefoon, vragen om foto’s te nemen van zijn kerkelijk huwelijk. Ik werd daardoor totaal verrast, maar stemde toe. In de kerk van Zwijnaarde, waar buiten mijzelf en enkele mensen die bij de huwelijksmis betrokken waren, geen levende ziel was. Erg raar!

Voor aanvang van de dienst vroeg hij mij om hem de foto’s enkele dagen later te bezorgen bij hem thuis. Om samen met zijn vrouw gezellig de trouwfoto’s te bekijken. Zover is het nooit gekomen. Dezelfde avond telefoneerde hij en vroeg of hij het filmpje met de opnames, mocht komen afhalen. Met als excuus: hij en zijn vrouw ze zo vlug mogelijk wilden zien.’s Anderendaags belde hij me op om mij enthousiast te vertellen dat ze buitengewoon mooi waren. Daarna heb ik van hem nooit meer iets van hem gehoord.

Ik heb Miele een tijd erg gemist in de club. We hadden als bestuursleden bijna dagelijks contact. De club bestond voor ons zeven dagen in de week. Zonder Miele was het voor mij hetzelfde niet meer. Willy was er nog wel en Kristof en Dirk hadden ondertussen het wegvallen van Miele meer dan voldoende ingevuld. De club was, en dan vooral wat het bestuur betrof, sterker geworden. Volwassener, en wat kennis van computers betreft, veel rijker. Maar er was slechts elke woensdag contact. De club was voor mij nog maar een club van één dag in de week.

Een hele tijd later deden geruchten de ronde dat hij gescheiden was en weer in Gent woonde. Maar dat bleken loze geruchten. Toevallig zag ik in november, tijdens de jaarlijkse autocontrole Eric. Een oud-clublid, dat eveneens in Ninove woont. Hij had daar Miele al ontmoet aan de arm van een vrouw, van wie hij veronderstelde dat het zijn vrouw was.

Enkele weken geleden heb ik nog een poging gedaan om Miele via het internet op te sporen. Ik vond slechts één spoor. Dat er in feite geen was: een bezoek van Emiel Schalck aan de website van Turnhout Web Cam in … 1999. Toen hij nog in onze club was. Verder komt hij nog tweetal voor bij Google: in de geschiedenis van onze club op onze Clubblog. Ook heb ik het vroegere e-mailadres van Miele ingetikt: schalck.emiel@telenet.be, Met als enig resultaat als antwoord: dit e-mailadres bestaat niet meer.

Ouwe Leon

De Gamerszondagen

Een stukje geschiedenis.

Hoe meer ik schrijf over Format C, hoe meer ik mij afvraag hoe wij dat allemaal overleefd hebben? En hoe wij dat allemaal aangedurfd hebben! Neem nu die – in mijn ogen – beruchte Gamerszondagen. Die hebben het wel een paar jaren uitgehouden, maar ik geloof niet dat er ook maar één zondag geweest is dat er geen problemen waren. Soms hadden we de zaal niet, soms waren er maar heel weinig deelnemers en geen enkele zondag verliep zoals we die gepland hadden. Toppunt was wel dat het spelen in netwerkverband nooit zonder problemen verliep.

Gelukkig waren er twee ‘die hards’ die niet van afgeven wilden weten: Peter ‘de Smurf’ Rubbens en onze onvolprezen voorzitter Dirk Van Nieuwerburg. Die hadden duidelijk als strijdkreet: ‘Nie pleue’. Het heeft hen wel bloed, zweet en tranen gekost. Uiteindelijk hebben de Gamerszondagen geleid tot mijn ontslag als voorzitter en meteen tot het einde van de Gamerszondagen zelf.

Jaren geleden, in de gloriedagen (sic) van de Gamerszondagen, waren die best op hun plaats in een computerclub. Er werd toen nog niet zo massaal gespeeld via het internet en Gamerstornooien hadden toen een grote aantrekkingskracht. In een club, zoals de onze, misstond een gamersafdeling niet en was het de bedoeling zelf tornooien te organiseren. Wat ooit gebeurd is, maar zeker geen groot succes was. Maar goed, we hadden verstokte gamers en die moesten dus hun gamershartje kunnen ophalen en moest er mogelijkheid zijn om ervaring op te doen.

Ikzelf ben geen gamer en nog andere bestuursleden van toen waren geen verstokte gamers. Dirk en Peter stonden dus vrijwel alleen en hadden het niet onder de markt. Eén keer op de maand was er Gamerszondag en dikwijls hadden we problemen om elke maand aan een beschikbare dag te geraken. Nog andere clubs kwamen op zondagvoormiddag bijeen in de zaal waarin ook wij op woensdag vergaderen, en verder werd de zaal werd ook nog verhuurd voor feestelijkheden. Die feesten waren een dubbele handicap voor ons want heel dikwijls hebben we ze, vooraleer we konden beginnen, ook nog moeten opruimen. Ooit hebben we meegemaakt dat we in een zaal terechtkwamen die zowat herschapen was in één grote bierplas.

Al die moeilijkheden leidden niet alleen tot confrontaties met de eigenaars van de zaal, maar vooral met Peter Rubbens die zijn ontgoocheling en woede blijkbaar alleen maar kwijt kon door iemand van ons in het vizier te nemen. Mijn persoontje bijvoorbeeld, want ik was toen de voorzitter.

Kwam daarbij nog dat de zaal werd afgekeurd door de Gentse Brandweer. Dat was geen nieuws, want dat was al lang geleden gebeurd, maar er werd geen werk van gemaakt. Tot wanneer iemand zich wellicht kwaad maakte en zei: dat het direct moest gebeuren, of dat de zaal gesloten werd.

We moesten dus niet in de eerste plaats uitkijken naar een volgende Gamerszondag, maar naar een kans om ’s woensdags te kunnen vergaderen. Wat lukte, omdat er in de zomermaanden niet gebiljart werd en wij nogal close waren met de café-uitbaters. Maar de Gamerszondagen konden wij wel vergeten want men kon toch niet de zondag het café kon sluiten om een vijftal gamers te laten klooien met niet werkende netwerkverbindingen. Wat voor ‘de Smurf’ blijkbaar geen probleem was, want die vond dat ik had moeten vragen aan de uitbaters om op die zondagen hun privé te mogen gebruiken.

Nu vond ik persoonlijk dat we al meer dan genoeg gevraagd en gekregen hadden, waarop Peter mij in volle ledenvergadering overstelpte met verwijten. Niemand nam het voor mij op, zodat mij niets anders overbleef dan mijn ontslag te geven als voorzitter. Ik herinner het mij niet meer wanneer ook ‘de Smurf’ zijn ontslag gaf als bestuurslid. Ik kwam wel de week daarop weer naar de clubbijeenkomst. De Smurf hebben we nooit meer gezien.

Ik weet niet wat het bestuur daarna beslist heeft, maar Gamerszondagen zijn er niet meer geweest. Vond men dat het niet meer hoefde? Dat het niet meer nodig was? Dat het onmogelijk geworden was? Mijn zorg was het in ieder geval niet meer.

PS: Ik heb geprobeerd het zo eerlijk weer te geven. Ik heb het al in de blog geschreven: niet alle zaken herinner ik mij letterlijk. Wat ook onmogelijk is.
Twee dagen nadat ik dat geschreven had, las ik in een boek (De Zijdehandelaar) het volgende. “Bij het vertellen van een verhaal gaan er altijd details verloren. Soms worden er details vergeten, soms worden ze toegevoegd. Het verhaal van de Geschiedenis is uiterst onbetrouwbaar. Uiteindelijk wordt het geconstrueerd door mensen.”

Ouwe Leon

De man die zichzelf uit de club zette

Een stukje geschiedenis: merkwaardige figuren

Bij Format C hebben we soms rare toestanden meegemaakt. In de loop van de tijd hebben we heel wat leden aangesloten, maar we hebben er ook veel zien heengaan. Of beter gezegd: er waren ook heel wat leden die wegbleven. Soms onder huiselijke omstandigheden, soms omdat ze het niet naar hun zin hadden, soms ook omdat ze de moed verloren. Gelukkig hebben we nooit leden uit de club moeten zetten. Wel hebben we meegemaakt dat iemand zichzelf uit de club zette.

We zullen geen namen noemen want ons Clubblog staat open en bloot op het internet en iedereen kan de blog lezen. Niet omdat we onwaarheden vertellen, maar omdat sommige dingen als kwetsend kunnen over komen. Vooral als je een stommiteit begaat door jezelf uit de club te zetten.

G was een interessant lid. Hij was een professioneel die werkzaam was in een gereputeerd nationaal softwarebedrijf. We keken dus tegen hem op en waren aanvankelijk heel blij met een clublid zoals hij. We vroegen hem dan vlug om in het bestuur te komen, wat hij grif accepteerde. We hadden nooit zo weinig moeite moeten doen om iemand te overhalen om in het clubbestuur te krijgen. Daar waren we aanvankelijk gelukkig mee. Al duurde die blijdschap niet lang.

Bestuursvergaderingen, die anders altijd heel plezierig waren om mee te maken, begonnen stroef te verlopen. Meer nog, G. had overal zijn (negatief) zegje over. Vooral met mij, de voorzitter, boterde het niet. Alles wat ik voorlegde, wees hij af. Bestuursvergaderingen waren dan ook niet aangenaam meer om mee te maken en het kwam dan ook tot botsingen tussen G en mij. Het werd mij dan vlug duidelijk dat G mij wilde wegwerken, voorzitter wou worden en de touwtjes bij Format C. in handen nemen.

Nu is het zo dat we enkele zeer brave bestuursleden hebben en dat is maar goed zo. Dat ze zich weinig bemoeiden met de debatten tussen ons, moet voor G een teken geweest zijn dat ze achter hem stonden. Wat hem achteraf zuur zou opbreken.

G moet nochtans nogal zeker geweest zijn van de steun van het bestuur en hij waagde dan ook zijn kans. Zekere dag stuurde hij aan alle bestuursleden een e-mail met als dringende eis een bijzondere bestuursvergadering samen te roepen. Op die vergadering zou hij zichzelf kandidaat stellen als nieuwe leider van de club en wanneer niet iedereen hem daarbij zou steunen, zou hij ontslag nemen.

De bijzondere vergadering kwam er, maar geen enkele van de aanwezige bestuursleden schaarde zich achter hem. Daar hij stoutweg vooropgesteld had, dat hij bij gebrek aan vertrouwen tegenover zijn persoontje, ontslag zou nemen, stond hem niets anders te doen dan op te stappen.

We hebben hem nooit meer gezien.

Ouwe Leon