De Gamerszondagen

Een stukje geschiedenis.

Hoe meer ik schrijf over Format C, hoe meer ik mij afvraag hoe wij dat allemaal overleefd hebben? En hoe wij dat allemaal aangedurfd hebben! Neem nu die – in mijn ogen – beruchte Gamerszondagen. Die hebben het wel een paar jaren uitgehouden, maar ik geloof niet dat er ook maar één zondag geweest is dat er geen problemen waren. Soms hadden we de zaal niet, soms waren er maar heel weinig deelnemers en geen enkele zondag verliep zoals we die gepland hadden. Toppunt was wel dat het spelen in netwerkverband nooit zonder problemen verliep.

Gelukkig waren er twee ‘die hards’ die niet van afgeven wilden weten: Peter ‘de Smurf’ Rubbens en onze onvolprezen voorzitter Dirk Van Nieuwerburg. Die hadden duidelijk als strijdkreet: ‘Nie pleue’. Het heeft hen wel bloed, zweet en tranen gekost. Uiteindelijk hebben de Gamerszondagen geleid tot mijn ontslag als voorzitter en meteen tot het einde van de Gamerszondagen zelf.

Jaren geleden, in de gloriedagen (sic) van de Gamerszondagen, waren die best op hun plaats in een computerclub. Er werd toen nog niet zo massaal gespeeld via het internet en Gamerstornooien hadden toen een grote aantrekkingskracht. In een club, zoals de onze, misstond een gamersafdeling niet en was het de bedoeling zelf tornooien te organiseren. Wat ooit gebeurd is, maar zeker geen groot succes was. Maar goed, we hadden verstokte gamers en die moesten dus hun gamershartje kunnen ophalen en moest er mogelijkheid zijn om ervaring op te doen.

Ikzelf ben geen gamer en nog andere bestuursleden van toen waren geen verstokte gamers. Dirk en Peter stonden dus vrijwel alleen en hadden het niet onder de markt. Eén keer op de maand was er Gamerszondag en dikwijls hadden we problemen om elke maand aan een beschikbare dag te geraken. Nog andere clubs kwamen op zondagvoormiddag bijeen in de zaal waarin ook wij op woensdag vergaderen, en verder werd de zaal werd ook nog verhuurd voor feestelijkheden. Die feesten waren een dubbele handicap voor ons want heel dikwijls hebben we ze, vooraleer we konden beginnen, ook nog moeten opruimen. Ooit hebben we meegemaakt dat we in een zaal terechtkwamen die zowat herschapen was in één grote bierplas.

Al die moeilijkheden leidden niet alleen tot confrontaties met de eigenaars van de zaal, maar vooral met Peter Rubbens die zijn ontgoocheling en woede blijkbaar alleen maar kwijt kon door iemand van ons in het vizier te nemen. Mijn persoontje bijvoorbeeld, want ik was toen de voorzitter.

Kwam daarbij nog dat de zaal werd afgekeurd door de Gentse Brandweer. Dat was geen nieuws, want dat was al lang geleden gebeurd, maar er werd geen werk van gemaakt. Tot wanneer iemand zich wellicht kwaad maakte en zei: dat het direct moest gebeuren, of dat de zaal gesloten werd.

We moesten dus niet in de eerste plaats uitkijken naar een volgende Gamerszondag, maar naar een kans om ’s woensdags te kunnen vergaderen. Wat lukte, omdat er in de zomermaanden niet gebiljart werd en wij nogal close waren met de café-uitbaters. Maar de Gamerszondagen konden wij wel vergeten want men kon toch niet de zondag het café kon sluiten om een vijftal gamers te laten klooien met niet werkende netwerkverbindingen. Wat voor ‘de Smurf’ blijkbaar geen probleem was, want die vond dat ik had moeten vragen aan de uitbaters om op die zondagen hun privé te mogen gebruiken.

Nu vond ik persoonlijk dat we al meer dan genoeg gevraagd en gekregen hadden, waarop Peter mij in volle ledenvergadering overstelpte met verwijten. Niemand nam het voor mij op, zodat mij niets anders overbleef dan mijn ontslag te geven als voorzitter. Ik herinner het mij niet meer wanneer ook ‘de Smurf’ zijn ontslag gaf als bestuurslid. Ik kwam wel de week daarop weer naar de clubbijeenkomst. De Smurf hebben we nooit meer gezien.

Ik weet niet wat het bestuur daarna beslist heeft, maar Gamerszondagen zijn er niet meer geweest. Vond men dat het niet meer hoefde? Dat het niet meer nodig was? Dat het onmogelijk geworden was? Mijn zorg was het in ieder geval niet meer.

PS: Ik heb geprobeerd het zo eerlijk weer te geven. Ik heb het al in de blog geschreven: niet alle zaken herinner ik mij letterlijk. Wat ook onmogelijk is.
Twee dagen nadat ik dat geschreven had, las ik in een boek (De Zijdehandelaar) het volgende. “Bij het vertellen van een verhaal gaan er altijd details verloren. Soms worden er details vergeten, soms worden ze toegevoegd. Het verhaal van de Geschiedenis is uiterst onbetrouwbaar. Uiteindelijk wordt het geconstrueerd door mensen.”

Ouwe Leon