De BSA-fluisteraar

Een stukje geschiedenis van Format C

In de zes maanden die we inactief waren, omdat we Computerclub Nieuw Gent hadden opgedoekt, hadden we tijd genoeg om na te gaan hoe de Business Software Alliance ons als verdacht was gaan beschouwen. Op de brief waarin we beticht werden van strafbare feiten, stond een telefoonadres waar we terecht konden voor inlichtingen. De maandagmorgen, om 9 uur (we hadden de brief de zaterdag ontvangen) belden we op.

Blijkbaar hadden we direct de juiste persoon te pakken, want er hoefde niet één keer overgeschakeld te worden. De man aan de lijn bij de BSA, was heel beleefd en gaf de indruk goed op de hoogte te zijn van de zaak. Tenzij hij dagelijks dergelijke telefoontjes kreeg en daar telkens een standaard antwoord op gaf.

Ja, bevestigde hij, er was een lid van de club betrapt bij het verkopen van illegale software en die cd’s zouden in de club gemaakt zijn. Hij kon mij daar geen verdere details over geven. Op wat er verder zou gebeuren, kon hij mij geen antwoord geven. Nietszeggende antwoorden, blijkbaar met de bedoeling ons in het ongewisse te houden en ons een tijdje met de schrik op het lijf te laten rondlopen. In afwachting van een mogelijke financiële aderlating.

Het clublid dat mij de brief (zonder briefomslag) gebracht had, beweerde later dat hij vernomen had dat een van onze jonge gamers op school cd’s had verkocht aan een medeleerling wiens vader… bij de BSA werkte. Een ongelooflijk verhaal. Hij beweerde nooit een briefomslag te hebben gezien en de lokaalhouders zelf hadden geen weet van een brief die aan de club gericht was. We hebben dus nooit geweten of de brief wel ooit in ons lokaal aangekomen is, of op een ander adres.

De brief was echt, de man met wie ik gesproken had aan de telefoon was echt, alleen het verhaal was niet echt en klopte langs geen kanten. Voor ons was het duidelijk (in ieder geval voor mij): iemand had ons beticht bij de BSA, die maar al te graag open staat voor verklikkers. En ze zelfs (bij een grote buit) financieel beloont. Dat er een clublid illegale software aan de man/vrouw had willen brengen, kon misschien wel kloppen, maar niet dat de software gemaakt was in de club.

Alleen begrepen we niet waarom een clublid zo iets gedaan had. Wilde hij daarmee de club treffen? Of iemand uit het bestuur? Het was ons een raadsel. We hadden er geen idee van dat er misschien mistevredenen in de club waren en van ruzie’s onder leden wisten we niets af. We hebben dus nooit echt geweten wie ons dat aangedaan heeft, al hadden we wel sterke vermoedens.

Zoeken naar de dader bracht ons in feite niet verder. Leidde ons alleen maar af van ons doel: een nieuwe club in opbouw. Hij had ons echter wel geleerd dat we voorzichtiger moesten zijn bij het aanwerven van leden.

Ondertussen gingen de maanden voorbij en naderde de dag dat we een nieuwe start zouden nemen. Uit het adressenbestand van onze clubleden kozen we er met heel veel zorg een 20 tal uit. Maar dat is dan weer een ander verhaal.

Ouwe Leon