Bebo (1)

Een memorabel figuur

Bebo heeft niets met de club te maken gehad, maar wel met twee leden van het clubbestuur: mijzelf en Willy. Verder heeft waarschijnlijk niemand anders uit de club ooit Bebo ontmoet of ooit iets van hem gekocht. Een memorabel figuur. Echt iemand uit de oertijd van de computer. Al is het amper anderhalf decennia geleden waarover ik het heb. Zo vindt je ze niet meer en dat zal Willy wel beamen. Maar over wie heb ik het nu eigenlijk?

Bebo is een figuur zoals er waarschijnlijk geen meer bestaan in de huidige computermaatschappij. Een tien, vijftiental jaren terug waren die zo’n beetje de ruggengraat van de ‘computerprutsers’, de mannen die zelf graag aan hun pc werkten: de hardwarefreaks. Ik heb me daar ook heel even aan bezondigd, maar wel op een ongebruikelijke manier. Ik bouwde me niet zelf een computer, maar kocht er een en haalde die uit elkaar om vertrouwd te geraken met de onderdelen en het gevoel in handen te krijgen hoe het allemaal in elkaar paste. Het was geen nieuwe merkcomputer en Aldi en Lidl verkochten toen nog geen pc’s tussen het fruit en de zeeppoeder. Het was een computer van Bebo. Maar nu loop ik een beetje vooruit op het verhaal.

Lang geleden, vooraleer ik in onze club verzeilde, was ik lid van het OVCC (Oost-Vlaams Computer Center) waar ik voor het eerst hoorde van Bebo. Een man (geen winkel) waar men van alles kon krijgen, van toetsenborden en muizen, tot geheugen en processors en dat aan sterk gereduceerde prijzen. Zoals Bebo waren er toen nog, maar ze waren moeilijk te vinden, behalve op computerbeurzen, maar daar betaalde men (officieel) meestal een flink stuk meer voor dezelfde dingen omdat daar te veel controle was. Bebo kon men wel ook thuis treffen en onder vrienden werd dat adres heel voorzichtig en met mondjesmaat doorgegeven. Erg geheimzinnig dus.

En geheimzinnig was het wel want toen ik voor de eerste keer in Sleidinge op zoek trok naar Bebo, was het alsof ik in een griezelfilm was beland en een bezoek bracht aan een kasteel waar Dr. Frankenstein zich thuis zou gevoeld hebben.

Ik overdrijf nu wel een beetje met de woorden kasteel en Frankenstein, maar het begon al griezelig toen ik de woonst van Bebo niet vond. Het huisnummer dat ik gekregen had, bestond niet. Ik vond het nummer 27 en 31, maar 29 was niet te vinden. Extra-moeilijk was wel dat de straat heel erg lang was en de huizen zowat 50 tot 100 meter van elkaar stonden. Op de duur zakte de moed mij in de schoenen om ooit de woonst van Bebo te vinden. Tot wanneer ik het geluk mij gunstig was en ik een postbode in het vizier kreeg.

Postbodes waren in die tijd nog mensen die een sociale functie hadden, gaande van het bezorgen van pensioenen en postzegels, tot af en toe nuttigen van een potje koffie (al dan niet opgepept met een cognacske of een jenevertje) en een gezellige babbel over het weer en… de buurt. Die mensen wisten dus iedereen wonen, ook Bebo.

Bleek dat nr.29 en de woonst van Bebo wel bestond, maar in een minuscuul klein straatje stond, dat te klein was om een naam te krijgen. Echt klein want het was zeker niet langer dan 100 meter. Ik reed dat straatje dus in, wilde de hofstee oprijden toen ik zowat van schrik verstijfde. Het was die dag warm en ik had het raam naast mij volledig opengedraaid, toen een enorme Bouvier vanuit de struiken op mij toesprong.

Eén seconde later besefte ik dat ik nog leefde en zelfs geen schrammetje had opgelopen. Ik had niet gezien dat tussen de struiken ijzeren staven stonden en de hond dus niet aan mij kon. In feite waren het ook geen struiken, maar een groot, vervuild en door struiken overwoekerd hondenkot, vol met hondenpoep en met een grommende enorm behaarde hond. Later vertelde Bebo mij, dat hij, als het donker werd, de hond los liet lopen. Wat mij meteen overtuigde om bij voorkeur op klaarlichte dag Bebo te bezoeken.

Maar goed, ik had dan Bebo nog altijd niet gezien en met opgedreven hartslag reed ik de hofstee op die bestond uit een reusachtige hangaar met achteraan, rechts tegen de hangaar aangeleund, een huis.

Ik belde aan, maar er kwam geen reactie. Ik keek even opzij van het huis en zag dat achteraan een deur wagenwijd open stond en radiomuziek hoorbaar was. Ik waagde mij dus achteraan, voorzichtig uitkijkende of er eventueel ook nog Bouviers vrij rondliepen en zag een vrouw aan de strijktafel staan. Ze zag mij, wenkte mij vriendelijk binnen en vroeg wat ik wou? Ik zei dat ik op zoek was naar Bebo en kreeg als antwoord: ‘Dat hij aan het werk was in zijn atelier en dat ze hem wel eens zou gaan roepen.” Wat ze ook deed en even later kwam Bebo binnen.

Dedju, het regent nu niet meer en ik moet daarvan gebruik maken om met de hond (geen Bouvier) te gaan wandelen. Straks schrijf ik wel verder. :-)

Ouwe Leon