De putsch

Een stukje geschiedenis van Format C

Fokke heeft bijna geen vingernagels meer door er van de spanning op te bijten, dus om zijn gezondheid – en de rest van zijn vingers – niet in gevaar te brengen, schrijf ik verder aan de geschiedenis van Format C. We waren zover gekomen dat de nieuwkomers zich niet konden verzoenen met het feit dat de voorzitter alles in handen had, vanaf het voorzitterschap tot het beheer van de kassa en het verzet groeide.

In feite vormden zich twee mini-kampen (want veel leden waren er niet). Enerzijds voorzitter Philip V. en het werkbeest van de club, Emiel. Anderzijds de nieuwkomers. Lang duurde het evenwel niet of Emiel S, die het best kon vinden met de nieuwelingen, liep over naar het andere kamp. Ook hij begreep dat het zo niet verder kon en dat ook bij hem het idee, van hoe een club moest functioneren, niet overeenstemde met de ideeën van Philip V. De voorzitter-stichter kwam dus alleen te staan, al zag hij blijkbaar niet in dat het voor hem de verkeerde kant opging. Op een bijzondere bestuursvergadering werd hem dat duidelijk gemaakt.

De voorzitter werd voorgesteld de club te hervormen. Bestuursleden verantwoordelijke posten te geven en de kas in de handen te geven van een schatbewaarder; die regelmatig verslag zou uitbrengen van de kastoestand terwijl die kas zou dienen om de club naar behoren te laten functioneren. Philip was niet alleen verrast, maar ook sterk ontgoocheld omdat hij inzag dat zijn droom daardoor teloor zou gaan. Misschien had hij wel eens gedroomd van een club met honderden leden met misschien wel betaald personeel, dat steeds klaar zou staan om de in nood verkerende computeraars ter hulp te snijden.

Anderzijds had hij misschien zelf al ingezien dat het niet liep zoals hij zich voorgesteld had. Hij had ook geleerd dat zijn ideeën niet bestand waren tegen de werkelijkheid. Zo hadden wij een lid die de SOS-functie al te letterlijk opnam en om de haverklap hulp inriep. Philip, ikzelf, Willy en Dirk VDD waren al bij hem aan huis geweest doordat hij telkens in een minimum van tijd alle herstelwerkzaamheden aan zijn computer weer om zeep hielp. Om dan de volgende SOS’er op te roepen.

Philip stemde toe dat het bestuur omgevormd werd en de structuur van de club onder handen werd genomen. Uit die tijd stamt ook de afkeer dat leden beroep kunnen doen op bestuursleden om hen thuis te komen helpen. Ik weet dat sommige bestuursleden dat wél doen, maar dan uit eigen wil. Philip bleef voorzitter, Emiel werd secretaris en Willy schatbewaarder. Ik kan mij niet meer herinneren welke functies ikzelf en Dirk VDV kregen, maar dat was van geen belang. De absolute macht van Philip was gebroken, de club kon functioneren zoals het een club paste. De volledige kas kregen we niet.

Het was ook niet zomaar een kas van een doodgewone club en de rekening stond ook niet op naam van SOS Service, maar op de naam van de voorzitter. Die kas bestond ook al voor de stichting van de club omdat het een eenmansinitiatief was dat uitgegroeid was tot een club. Zonder dat ooit nagedacht was over de financiële problemen zo iets kon meebrengen. Daarbij zal Philip nooit gedacht hebben dat het uiteindelijk verkeerd zou aflopen.

We hadden dus geen idee hoeveel er in die kas stak en in feite waren dat ook onze zaken niet. Philip stelde dan ook voor een deel uit de kas aan de club te ‘schenken’ als startkapitaal. Ik weet niet meer hoeveel het was (Willy wellicht wel?), veel was het in feite niet.

In ieder geval was ons hoofddoel bereikt. We konden een nieuwe start nemen en daar waren we best gelukkig mee, al vermoedden we toen niet dat we al vlug voor nieuwe problemen zouden komen te staan.

Ouwe Leon

Bebo (2)

Memorabele figuren

Dat was dus Bebo die voor mij stond. Ik kon het mij moeilijk voorstellen dat die man iets met computers kon te maken hebben. Gewend zijnde in de computerboekjes die vlotte jongens te zien die de multimediawereld aan het veroveren waren, zag ik daar een bonkige werkman voor mij staan die mij de hand gaf en vroeg wat hij voor mij kon doen. Ik vroeg hem, of het waar was dat men bij hem hardware kon kopen aan gunstige voorwaarden. Wat hij beaamde. “Vraag mij niet naar een bepaald merk” zei hij, “maar ik kan je wel alles bezorgen wat je nodig heb en een stuk goedkoper dan in de winkel. Volg mij maar naar mijn atelier en kijk maar wat rond terwijl ik aan het werk ben.”

Ik heb mij daar de ogen uit de kop gekeken. Ik had een winkelruimte verwacht vol met veelkleurige dozen, maar wat ik zag deed mij eerder denken aan een atelier van een fietsenmaker. Dozen, vol met allerlei rommel (tenminste het zag er als rommel uit) op ruwhouten planken, bedolven onder maandenlang, ja jarenlang stof. En ik die altijd dacht dat een computer geassembleerd werd in een stofvrije ruimte. Vraag het maar aan Willy of ik lieg!

In elke hoek lag met een jutten zak of stond een doos of een ketel, vol of halfvol met…wat? Zeker geen computermateriaal dat zo’n behandeling niet zou overleefd hebben. Op een tafel die overvol lag met allerlei schijfjes, computeronderdelen en kabels stond warempel een halfafgebouwde computer waar hij aan bezig was. Ondertussen zat hij geen ogenblik stil, maar liep van hier naar daar, op zoek naar onderdelen om de computer verder af te werken.

Op zeker moment beleefde ik iets wat ik echt voor onmogelijk gehouden had. Bebo haalde uit een oeroud sigarenbakje enkele latjes geheugen. Doodgewoon ramgeheugen uit die tijd. Hij moest er een tijdje in rammelen om twee gelijke te vinden om in de in aanbouw zijnde pc te plaatsen. Ik slikte even toen ik zag hoe ruw hij met die dure latjes omging.

Hij was helemaal niet gehaast mij te bedienen en terug naar buiten te sturen om verder onbelemmerd verder te kunnen werken. “Hij was het wel gewend, dat ze op zijn handen stonden te kijken” zei hij. “Dat stoorde hem helemaal niet.” Daar ik al evenmin gehaast was, hadden wij een leuke babbel.

Bebo was helemaal niet in de wieg gelegd om computerbouwer te worden, maar wel om zelfstandig zijn weg te gaan. Het reusachtig atelier naast zijn huis, was niet gebouwd om er computers in op te slaan, maar containerbakken. Een zaak hij goed zijn brood mee had verdiend en nog verdiende. Een man die van hard werken hield en een goed gebruik wist te maken van zijn stevige werkmanshanden;

De containers waarmee hij zijn brood verdiende, had hij allemaal zelf gemaakt. Toen hij een idee kreeg, om een dergelijke zaak te beginnen, ging hij kijken hoeveel zo’n containerbak kostte. “Veel te duur”ze hij, daarom begon hij ze zelf te maken en te gebruiken. Maar zelf deed hij dat niet meer. Een telefoon afnemen en de prijs bespreken, ja, daar moest men nog altijd voor bij hem zijn. Er zelf mee rondrijden en zich nog een breuk werken, dat was voor hem niet meer. “Ik ben daar te oud voor geworden” vond hij.

Daarom had hij naar een andere ‘hobby’ uitgekeken. “Ik ben geen mens om stil te zitten” vertelde hij, “en computers dat interesseerde mij wel. Iets dat nieuw is, waar men nog echte zaken kan doen. Winst wie rap is en durf heeft.”

Een Turk lieerde hem computers bouwen. Met vallen en opstaan. “Ik probeerde en processor uit, en… lap, naar de klo…. Geen nood, ik pakte een nieuwe processor, en lap… waar naar de klo….” Zelfs een derde processor moest er aan geloven en nog gaf Bebo niet af. Computers leren bouwen met hamer en bijtel, maar het hielp blijkbaar.

Ik was in feite naar Bebo gegaan om een harde schijf te kopen en daardoor diende hij zijn computerbouwwerk even in de steek te laten. We verdwenen in het zo goed als niet verlicht atelier, waar tussen zakken en bergen zand een grote kartonnen doos stond, waarin hij begon te rommelen en er een spiksplinternieuwe Amerikaanse harde schijf haalde (met op het plastiek omhulsel in kleine lettertjes Made In Hongaria. Hij gaf ze mij nog niet, maar ging er mee naar zijn bureau dicht langs een nest jonge honden, liggende op een paar oude aardappelzakken en wegvluchtend achter een grommende moeder. Die direct tot bedaren werd gebracht met een krachtig ‘Koest gij’.

Terug in zijn werkplaats testte Bebo de harde schijf uit met een snelformat; “Daarna moet je niet afkomen en beweren dat ze niet werkte” grijnslachte hij. “Ik heb al genoeg meegemaakt met prutsers die de processors of het geheugen om zeep helpen en daarna beweren dat het niet deugde. Niet met Bebo.” Ter illustratie toonde hij met een eigenaardige samenstelling op zijn werktafel, Een soort leeg moederbord waarop hij alles uittestte; Bij het naar buiten gaan moest je overtuigd zijn dat het goed was, want garantie kwam er bij Bebo niet aan te pas.

Op de manier dat Bebo werkte ging het niet van de winkel naar de verdeler of de groothandelaar, die dan weer een contract moest hebben met de firma, wat dan weken tot maanden duurde vooraleer men het stuk ooit terugzag. Bij Bebo ging het in de vorm hoe echte zakenlieden werken. “Tussen mij en de boot, staat er maar één man” zei hij trots. Geen tierlantijntjes, maar zaken doen als echte mannen: met een handdruk. Geen papieren rompslomp en verzendingskosten, maar kort en bondig. Bij elke dozijn harddisks die ik koop, krijg ik er drie als garantie; Zitten er meer dan drie slechte bij, dan heb ik geen goede zaak gedaan. Dat is het risico van het vak.”

Dat er rare dingen gebeuren in de computerwereld, leerde ik bij Bebo. “Ik zal je eens wat laten zien” zei hij geheimzinnig en troonde mij mee naar een kast waar hij een witte doos uithaalde. Waarin een prachtig, spiksplinternieuw moederbord lag. Vraag mij nu niet wat voor een merk het was: Asus, Aopen, Abit, Gigabite, MSI of een andere topper, want zo’n specialist ben ik nu ook niet. Dat is een moederbord dat bij … in productie gaat. Het nieuwste van het nieuwe, maar dat al volop in Singapore en Hong Kong gemaakt wordt.. Bedrijfsspionage noemt men zoiets. Deze gaan verkopen als zoete broodjes. Men kan ze bij Bebo kopen nog voor de geproduceerd worden. Dat is pad echt rap zijn” zei hij trots.

Ik heb bij Bebo eerst mijn pc gekocht waar ik mee “speelde”. Ik kocht die toen aan een heel goedkope prijs. Hij kwam later terecht in de club als de Cyril, omdat zijn processor een Cyrix was. Hij was het broerje van de Amedee, omdat diens processor een AMD was. Het was een pc zoals Bebo er veel verkocht want Bebo maakte een budget pc nog voor het woord uitgevonden was. Ik heb er nog een tweede, zwaardere computer gekocht. Dat was toen enkele jaren later en vooraan het atelier had Bebo toen een soort toonzaal gebouwd waar zijn budget pc’s en zijn zwaardere pc’s stonden. Ik heb het mij nooit beklaagd. Ik heb nooit ofte nimmer breuk gehad aan de pc’s van Bebo.

Wanneer je in Bebo’s smaak viel, kan je erop vertrouwen. “Ik zie het direct of dat het een mens is die te vertrouwen is, of een charlatan” zei hij mij eens. Ook toen ik de zwaardere pc kocht en hij mij voorstelde er een goedkopere cd-schrijver in te plaatsen keek ik wel even op. Het is een prachtige reeks schrijvers geweest” zei hij “en hij is goedkoper dan die welke in de je pc zit, maar hij is oersterk. En ik vertrouwde hem. Hij verving ter plekke en heel eerlijk vermindere hij de totaalprijs van de pc omdat de schrijver goedkoop was. En hij had gelijk. Ik heb er nooit moeilijkheden mee gehad.

Dat was Bebo.

Ouwe Leon

Een niet afgewerkt verhaal

Een stukje geschiedenis: het laatste stukje.

Mijn taak zit erop. Ik denk dat ik alles geschreven heb wat er te schrijven valt over Computerclub Format C. Misschien dat ik ooit nog eens terugkom op een voorvallertje, of iets dat uit mijn directe memorie ontsnapt was en opeens weer in mijn geheugen verschijnt. Dan meld ik dat wel. Beloofd!

Ik kan geen ‘einde’ boven dit verhaal zetten omdat de geschiedenis van Computerclub Format C niet af is. Een niet afgewerkt verhaal, omdat de club momenteel springlevend is en hopelijk nog veel jaren actief zal zijn. Heel wat van onze leden die deze geschiedenisverhalen gelezen hebben zullen het spijtig vinden. Dat heb ik ervaren.

Ik vind het ook heel spijtig dat ik geen grote stukken heb kunnen schrijven over Dirk, Kristof, Willy en Fokke. Dat kan helaas niet. Hun ‘story’ is immers nog niet ten einde! Ik kan hen alleen maar loven om wat ze tot nu toe gedaan hebben.

Willy ken ik het langst. Hij en Dirk Van den Driessche werden lid toen ikzelf aansloot bij het toen SOS Service Computerclub. Aanvankelijk heb ik ook veel fysieke steun gehad aan Willy. Bij mijn start bij SOS had ik wel al een hele tijd met een computer gewerkt, maar kende er in feite niks van. Ik kon een artikel schrijven, maar dat was ook al. Bij het kleinste voorval, stond ik met de mond vol tanden. Toen ik Willy leerde kennen bij SOS, was ik de trotse eigenaar van een Pentium 100 opgetuigd met Windows 95. Een pc die mij veel miserie bezorgde en het af en toe liet afweten. Willy is mij toen thuis komen helpen al ligt Nevele nu precies niet naast mijn deur. Uiteindelijk bleek het een moederbordcontroler te zijn die het geleidelijk aan liet afweten.

Ik heb Willy dan goed leren kennen. Stille Willy. Hij zegt niet veel, maar, geloof mij, hij weet heel veel en hij kan heel veel. Ik zit ook graag naast Willy op de clubbijeenkomsten. Hij is een beetje een tegenpool van mij: rustig, bescheiden en gesloten. Iemand waar men kan op rekenen.

Dirk is zowat een buur van mij. Woont amper drie huizen van mij af. Maar vooraleer hij lid werd van onze club, kende ik hem alleen van zien. Meer niet. Nadat ik toevallig met hem in gesprek kwam hoorde ik dat hij een computerfreak was. Iemand die we in de club goed konden gebruiken. Waarop ik hem bleef aanklampen om zich lid te laten maken. Wat hij uiteindelijk ook deed.

Ik heb hem dan in de club leren waarderen als een onverschrokken hardwarefreak. Ik denk dat hij alles aandurft wat hardware betreft: een Formule 1-piloot op een moederbord. Wat mij ook bevalt bij Dirk, is dat hij zich nooit kwaad maakt. Zeker niet op mij. Want soms heb ik nogal een stoute tong. Maak ik opmerkingen die kwaad bloed kunnen zetten. Maar die pareert Dirk met een glimlach.

Kristof, onze Goeroe, onze spirituele leraar en gids, lijkt wel met een glimlach geboren. Altijd vriendelijk, altijd opgewekt. Het zonnetje op onze bestuursvergaderingen. De man die alles weet over computers. Wat hij wel zal ontkennen. Iemand waar ik tegen opkijk. Wat in mijn geval niet vlug gebeurd. Hij doet mij altijd denken aan een tekst van een liedje van Peter Blanker : “’t Is moeilijk bescheiden te blijven Wanneer je zo goed bent als ik.” Maar Kristof slaagt daarin met glans. Wie zou voor zo iemand geen groot respect hebben?

En Fokke, ja, die ken ik nog niet zo lang. Met Fokke heb ik al een paar kleine aanvaringen gehad. In feite onbelangrijke aanvaringen. Zal zeker wel te maken hebben gehad met mijn supergevoelige zieltje. Waarop ik dan zwaar overdreven beslissingen kan nemen. Foutje in mijn karakter. Ik ben altijd zo geweest. Toen ik studeerde noemden mijn klasgenoten mij al ‘L’enfant terrible’ en het is er met oud worden beslist niet beter op geworden.

Maar Fokke is zo goed als onmisbaar geworden voor de club. Dat heb ik hem trouwens al gezegd. Neem Fokke weg en de club zal een zware crisis doormaken. Goed, ik weet het wel: het kerkhof ligt vol met onmisbare. Maar toch… Het komt dus wel goed met Fokke. Vriendelijke jongen. Aangenaam in de omgang. Met veel computerkennis en met heel veel inzet.

Computerclub Format C betekent heel veel voor mij. Ik heb er heel veel geleerd, maar het belangrijkste is voor mij toch de vriendschap die ik er gevonden heb. Belangrijker dan de kennis die ik er vergaard heb.

Ouwe Leon